Boris zoekt naar
de juiste route… Alles is zwart, gitzwart, op een donkerrood lijntje na waarover
hij zich kan voortbewegen. Zo nu en dan komt hij een t-splitsing of een
kruispunt tegen. Met geen enkele hint of aanknopingspunt van waar deze lijntjes
heen zouden gaan. Hij blijft lopen. Links, rechts, links… nog een keer rechts?
Waarom loop ik hier en waar loop ik naartoe? Toch maar links. In de verte
klinkt een ritmisch geklop. Het kwam van een statige deur. Toen Boris zijn had
ernaar uitstak gleed de geornamenteerde deur open en nodigde uit tot een grote
kamer. Het was een dinerzaal uit de 18e eeuw. Een lange eettafel was
bedekt met grote zilveren schalen met allerlei exquise hapjes. Pigeon pie,
profiteroles, een speenvarken dat zijn tanden had in z’n laatste maal.
Boris stapt dichterbij
en zoekt een stoel. Er zijn twee. Beiden aan de uiteindes. Ergens voelt Boris zich
niet op zijn plaats aan de rechter kant en loopt naar links. De kaarsen op de
tafel flikkeren soms fel terwijl Boris op de barokke zetel plaats neemt.
Uitgehongerd reikt Boris naar een kalkoen wiens poot als een afgedraaide autoband naast ‘m lag. ‘Zo he, die is uitgeploft,’ denkt Boris en terwijl hij zijn tanden in het met vet afdruipende witte vlees wil zetten, ploft de poot in zijn handen uiteen in een dikke paarse rook. Wanneer de dichte mist langzaam uiteen drijft in wazige slierterige vormen, hoort hij een kuchje aan het andere eind van de tafel. Door de rook kan Boris een glimp opvangen van een heerschap tegenover zich. Met een kanten servet neemt de gestalte zijn mond af maar de kaarsen weerhouden Boris van de rest van het gezicht. Als Boris het turen opgeeft, aangestuurd door zijn honger ziet hij dat de ontplofte vogel uitgesmeurd op het dienblad ligt. Wanneer hij zijn blik weer opwerpt is zijn tafelgenoot verdwenen. Twijfelend staat hij op uit zijn stoel en loopt langs een tafel bezaaid met schimmelende, rottende etensresten naar de plek waar zojuist nog iemand zat die verdacht veel weg had van de man die hij had leren kennen als Vince. Aangekomen ziet hij een foetus met een zeer misplaatst volwassen gezicht. Walging welt in hem op en gaat terug naar zijn plaats. Met elke stap die Boris zet lijkt de tafel langer te worden en de kamer meer verlicht. Hij struikelt bijna over zijn smerige sneakers en zijn loshangende trainingsbroek en hoort achter zich een snaterende lach. Boris draait zich gegeneerd om en probeert in een beweging zijn broek op te houden en zich te excuseren maar slaagt in geen van beide. De kaarsen verblinden en het gekakel neemt toe. Boris slaakt een kreet die woede, frustratie, haat en verlossing bevat. Zijn ogen branden.
Uitgehongerd reikt Boris naar een kalkoen wiens poot als een afgedraaide autoband naast ‘m lag. ‘Zo he, die is uitgeploft,’ denkt Boris en terwijl hij zijn tanden in het met vet afdruipende witte vlees wil zetten, ploft de poot in zijn handen uiteen in een dikke paarse rook. Wanneer de dichte mist langzaam uiteen drijft in wazige slierterige vormen, hoort hij een kuchje aan het andere eind van de tafel. Door de rook kan Boris een glimp opvangen van een heerschap tegenover zich. Met een kanten servet neemt de gestalte zijn mond af maar de kaarsen weerhouden Boris van de rest van het gezicht. Als Boris het turen opgeeft, aangestuurd door zijn honger ziet hij dat de ontplofte vogel uitgesmeurd op het dienblad ligt. Wanneer hij zijn blik weer opwerpt is zijn tafelgenoot verdwenen. Twijfelend staat hij op uit zijn stoel en loopt langs een tafel bezaaid met schimmelende, rottende etensresten naar de plek waar zojuist nog iemand zat die verdacht veel weg had van de man die hij had leren kennen als Vince. Aangekomen ziet hij een foetus met een zeer misplaatst volwassen gezicht. Walging welt in hem op en gaat terug naar zijn plaats. Met elke stap die Boris zet lijkt de tafel langer te worden en de kamer meer verlicht. Hij struikelt bijna over zijn smerige sneakers en zijn loshangende trainingsbroek en hoort achter zich een snaterende lach. Boris draait zich gegeneerd om en probeert in een beweging zijn broek op te houden en zich te excuseren maar slaagt in geen van beide. De kaarsen verblinden en het gekakel neemt toe. Boris slaakt een kreet die woede, frustratie, haat en verlossing bevat. Zijn ogen branden.
Wanneer hij de moed
verzameld heeft om zijn oogleden langzaam te openen beseft hij zich waar het
onaangename gevoel vandaan komt. De zon heeft zich precies op een lijn
geschaard met een van de open kiertjes in het rolgordijn en zijn gezicht.
Verblind en overwelmd door het felle licht draait Boris zich om in zijn bed.
Maar het is a te laat, Boris is wakker en doorslapen om op zoek te gaan naar
antwoorden is geen mogelijkheid. Het schip is al verbrand, al vraagt Boris zich
af wat de vragen ook al weer waren. Iets knaagt al is het knorren luider en
dwingt de seigneur op te staan. Boris heeft moeilijke trek en vreest het ergste:
Portugezen konden nogal goed gereformeerde ontbijtjes verzorgen. Kijken of
Clarisse de kok al instructies heeft gegeven.
Onderweg naar de keuken
gooit Boris wat chloorwater in z’n smoel en poetst zijn tanden. Juffrouw Joaquina
is driftig aan het boenen als Mr Blade met een zucht naar de afgedekte tafel
kijkt. ‘Clarisse gone?’.
‘Oh Senhor Blades, sim saiu, uh she go. Yu tosta? Pão com algo?’
‘No,no. No!’ Maakt Boris duidelijk als ze welwillend de broodzak tevoorschijn tovert. ‘Laat maar zitten heks’ mompelt hij en stapt naar de voordeur. Zijn bos ligt er nog en ook pakt Boris de Fiat sleutel. Tijd voor een echt ontbijt.
‘Oh Senhor Blades, sim saiu, uh she go. Yu tosta? Pão com algo?’
‘No,no. No!’ Maakt Boris duidelijk als ze welwillend de broodzak tevoorschijn tovert. ‘Laat maar zitten heks’ mompelt hij en stapt naar de voordeur. Zijn bos ligt er nog en ook pakt Boris de Fiat sleutel. Tijd voor een echt ontbijt.
De Panda
is lekker warm als Boris de zonneschermen verwijdert en de helling afkachelt.
Julius zal wel open zijn, flitst door zijn hoofd. Ja! Kippie! Boris komt ineens
op een idee: een halve kip en een wat brood.
2 opmerkingen:
kip! Lekker, boris!
madredeus o pastor
Een reactie posten