Boris werd wakker van het geluid van een telefoon. Niet de bekende halfzuivere verzonnen telefoongeluiden van de inmiddels bij kleuters doorgedrongen smartphones, maar een old skool geluid van een echte telefoon. Een telefoon waarbij je de hoorn nog met volle kracht op het haakcontact kan smijten. Boris lag op de grond... JUR!? nee, niet Jur natuurlijk. Waar ben ik in godsnaam? Met veel moeite werkt Boris zich langzaam omhoog. Wanneer hij op zijn knieën zit schiet de kramp in zijn kuit. "KUT!" Schreeuwt hij uit terwijl zijn been in een spastische beweging het tafeltje met de telefoon omgooit. Alles in zijn lichaam is stijf. De Hoorn is van het voetstuk gevallen en ligt op de grond. "Hallo? Gaat alles goed daar?" Klinkt het door de hoorn.
"Hmjow.. ja, goed, ja hoor... goed. Wat... met wie spreek ik?" Even is het stil aan de andere kant van de lijn. "Fijn dat alles goed gaat, U spreekt met Vincent Malow. Klopt het dat ik met Boris spreek?" Boris twijfelt. Spreekt Vincent met Boris, of is Vincent verkeerd verbonden? Dan neemt hij de tijd om zijn huidige situatie kort voor de geest te halen. Het geld is op, hij zit in het Tulpendal en heeft betere tijden gekend. Het is de gok waard. Dertig seconden nadat hem de vraag gesteld is reageert hij: "Het is Boris waar u mee spreekt", schrikkend van hoe ver zijn stem naar de klote is. "Fijn, ik bel U omdat ik een voorstel heb. Het betreft ongeveer een maand werk en aan het einde van de rit staat er een mooie prijs klaar." Boris pakt de telefoon in zijn geheel op en loopt met de hoorn aan zijn oor naar een koelkast. Hij is op zoek naar vocht. In de koelkast liggen twee biertjes, een aangevroten schimmelkaas en een tomaat. Hij moet bijna kotsen van de lucht, pakt de tomaat en neemt een hap. Inmiddels is Vincent verder gegaan met praten en Boris realiseert zich dat hij niet heeft geluisterd. "... als we dit niet telefonisch doen. Als je ik je interesse heb gewekt, kom dan morgen naar het concert van Robbie Williams in de Ziggo Dome." En dan hangt Vincent op. Boris ziet een bank, strompelt er naartoe en ploft neer.
De volgende dag wordt hij wakker met het zweet op zijn voorhoofd. Weer die droom over Jur, uitgespreid over het Portugese asfalt. Opnieuw baant hij zich een weg naar de koelkast, en weer treft hij twee biertjes en een aangevroten schimmelkaas. In plaats van de tomaat ligt er nu een aangevroten tomaat en Boris herinnert zich het telefoongesprek van de vorige dag. FUCKING Robbie Williams, is dit een hele slechte grap? Hij pakt de biertjes en gooit ze in een plastic zak. Hij zoekt de uitgang en loopt naar buiten. Het lijkt erop dat hij in de gang van een oud hotel staat met aan het einde een lift. Wanneer de deuren van lift open gaan ziet Boris zichzelf in de spiegel. Hij lacht kort, stapt in en gaat naar de Lobby. Een jongeman bij de receptie kijkt verschrikt naar Boris wanneer de deuren van de lift opnieuw opgaan. "Heb je een computer ergens staan?" Vraagt Boris. De jongen stamelt: "Ja, uiteraard, tweede deur links." Boris kan niet geloven dat hij op zoek gaat naar een ticket van een Robbie Williams concert. Zodra hij plaats neemt achter de computer roept de jongen van de receptie: "Nog bedankt voor gisteren!"
TWEE HONDERD VIJFTIG EURO!? Maken ze een grapje? Is die man 250 euro waard? This better be worth it... en Boris klikt op bestelling bevestigen.
2 opmerkingen:
vet verhaal! ik ga kijken of ik er vanavond iets aan kan toevoegen
nicuruuuuuu! lets get this going
Een reactie posten